Het ei van Columbus, groei-obligaties!

Het klinkt wat obligaat: never waste a good crisis. Maar nu is het dan toch zover. Olivier Blanchard, voormalig hoofdeconoom van het IMF, heeft het voorstel gelanceerd dat de landen van de Eurozone groei-obligaties gaan introduceren om (een deel van) hun overheidsschuld te financieren. Wat zijn dat, groei-obligaties? Dat zijn overheidsobligaties waarvan de rente gekoppeld is aan de groei van het BBP van het land in kwestie. Des te meer de economie groeit, des te hoger de rente die de overheid op de obligatie uit moet keren. Het directe voordeel is evident: wanneer een land in een recessie terechtkomt, kan de overheid besparen op rentelasten en voorkomen dat de overheidsschuld al te sterk toeneemt. Bijkomend voordeel is dat de overheid in een recessie meer geld overhoudt om de economie te stimuleren.

Varoufakis
Het idee is niet nieuw. Eerder wees Nobelprijswinnaar Robert Shiller op de rol van groei-obligaties. Yanis Varoufakis, de gewezen Griekse minister van Financiën, refereerde ook aan groei-obligaties, in zijn geval als bijdrage aan de oplossing van de Griekse begrotingstragedie. Een omhelzing door Blanchard legt echter meer gewicht in de schaal. Blanchard is immers geen Griek, maar, belangrijker, hij doet het voorstel in meer algemene termen als beleid dat de schuldenproblematiek in een groot aantal landen zou kunnen verlichten. Bovendien onderbouwt hij zijn voorstel met numerieke simulaties die door iedereen desgewenst kunnen worden nagerekend.

Liquiditeit
Blanchard wijst wel op een groot aantal nuances. Zo is het belangrijk dat een groot aantal Eurolanden deze obligaties introduceren. Op dit moment is er geen land ter wereld dat deze obligaties uitgeeft. Wanneer dan slechts enkele landen deze obligaties zouden gaan uitgeven, riskeren deze het risico van een gebrek aan liquiditeit: te weinig handel, waardoor beleggers niet weten tegen welke prijs ze deze obligaties kunnen kopen of verkopen. Wanneer beleggers ter compensatie hiervoor een hoger rendement vragen, worden deze obligaties al snel een erg dure vorm van financiering.

Risico-overdracht
Een andere nuance heeft te maken met risico-overdracht. In wezen schuiven groei-obligaties namelijk tegenvallers bij de economische groei door naar obligatiehouders. In geval van een tegenvallende groei bespaart de overheid op rentelasten en vermijdt ze een oplopend begrotingstekort; obligatiehouders realiseren een lagere rente. Maar zullen obligatiehouders dit zomaar accepteren? Alles in de economische theorie en empirie wijst erop dat dit niet zal gebeuren. Obligatiehouders zullen een opslag op de rente eisen ter compensatie van de risico’s die ze aangaan. Hoe hoog deze opslag precies is, is onbekend. Maar we weten dat deze hoger zal zijn naarmate er minder landen meedoen aan het beleidsexperiment en er minder mogelijkheden zijn deze risico’s te diversificeren.

Groeistatistieken
Ook is er een rol voor groeistatistieken. Statistische bureaus die bijhouden met hoeveel procent het BBP van een land groeit, hebben altijd de mogelijkheid om hun statistieken te manipuleren en zo te voorkomen dat de overheid van een land een hoge rente moet uitkeren. Echter, op winst beluste beleggers zullen zich geen oor laten aannaaien en ook voor dit risico compensatie eisen in de vorm van een hogere rente. Dit probleem is alleen te voorkomen door de groeistatistieken te laten produceren door een onafhankelijk instituut met een ijzersterke reputatie.

Goede ideeën
In een crisis kunnen goede ideeën worden geboren. Blanchards idee van groei-obligaties hoort daar zeker toe. Echter, alleen wanneer deze obligaties op grote schaal en vergezeld van de juiste instituties worden geïntroduceerd, lijkt succes verzekerd.

Voor wie geen blog wil missen, like mijn facebook pagina Rekenen Aan Vergrijzing!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>