Waarom te veel staatsschuld niet goed is

Jesse Frederik van De Correspondent leverde onlangs een fraai stuk af over staatsschuld. Vier mythes over staatsschuld benoemde hij en prikte hij door. Welke zijn dat?

1
Mythe 1: de staatsschuld is te hoog. Frederik bekritiseert beleidsmakers als Rutte om de staatsschuld in euro’s uit te drukken. Onnodige paniekzaaierij. Je zou nog een stap verder kunnen gaan en de Nederlandse staatsschuld uitdrukken in Zimbabwaanse dollars: dan doe je helemaal geen oog meer dicht. Maar eerlijker is het de schuld af te zetten tegen het BBP en dan blijkt, zie zijn verhaal, dat de schuld juist erg laag is. “Van de afgelopen tweehonderd jaar waren er 157 waarin die schuld hoger was dan nu.”

2
Mythe 2: staatsschuld vertelt ons alles over hoe het gaat met de overheidsfinanciën. Onzin natuurlijk: het maakt nogal uit of er bezittingen zijn tegen welke de schuld kan worden weggestreept. Kijk daarom niet naar de bruto schuld, maar naar de netto schuld, dat wil zeggen schuld verminderd met bezittingen. En dan blijft er in het geval van Nederland weinig schuld over. Daar komt bij dat dankzij de omkeerregel de overheid in de toekomst nog vele miljarden aan belastingopbrengsten zal binnenhalen. Het is daarom dat Nederland er beter voorstaat dan veel andere landen die niet een dergelijke belastingclaim op de toekomst hebben. Overigens vind ik dat je om dezelfde reden dan ook toekomstige overheidsuitgaven zou moeten meenemen. Doe je dat, dan wordt het plaatje voor Nederland echter wat minder florissant. Hoewel de laatste CPB-studie naar de overheidsfinanciën aangaf dat gemiddeld genomen de overheidsschuld niet problematisch is, werd ook geconstateerd dat sprake is van majeure risico’s. Als de uitgaven aan gezondheidszorg zoals in het verleden flink harder groeien dan het BBP, dan resulteert op termijn wel degelijk een houdbaarheidsprobleem.

4
Mythe 4: staatsschuld is slecht voor de economie. Frederik verwijst naar de stelling van economen Reinhart en Rogoff dat boven de 90 procent BBP meer schuld een lagere economische groei zou betekenen en dat de analyse waarop deze stelling berustte in diskrediet is geraakt toen bleek dat ze fouten en twijfelachtige aannames bevatte. Wat Frederik niet vermeldt is dat er echter ook andere onderzoeken zijn die concluderen dat hoge schuld tot lage economische groei kan leiden (zie A B C). En hoewel geen van die onderzoeken een exact bewijs levert (en exacte bewijzen verhouden zich niet zo goed tot de economische wetenschap), is een dergelijk verband wel aannemelijk: ik kom er hieronder op terug.

3
Mythe 3: kleinkinderen betalen de rekening. Voor een deel is dit inderdaad onjuist. Onze kleinkinderen moeten als belastingplichtige straks extra betalen als wij hen meer overheidsschuld nalaten; daar staat tegenover dat ze als spaarder en belegger straks extra inkomsten genieten. Maar dit is niet het hele verhaal. Overheidsschuld schept naar de toekomst toe niet alleen een verplichting om rente te betalen, maar ook om af te lossen. En de schuld aflossen zullen wel degelijk onze kleinkinderen moeten doen.

The sky is the limit
Het is een kleine nuance, maar wel een belangrijke. Want als de overheidsschuld niet te hoog is, niet ten koste gaat van economische groei en niet ten laste komt van onze kleinkinderen, dan is er geen goede reden om de overheidsschuld te verlagen. En als staatsschuld bovendien kan helpen een economische recessie te verzachten, is het zelfs beter de staatsschuld te verhogen. Hoger en hoger, ten bate van de economie. The sky is the limit.

Economische groei
Maar staatsschuld gaat wél ten koste van onze kleinkinderen en dat impliceert wel degelijk een limiet. De staatsschuld kan theoretisch zo hoog zijn dat deze niet meer kan worden gefinancierd, ook niet wanneer onze kleinkinderen maximaal worden belast. In dat geval moet dan wel een default optreden omdat de overheid niet meer in staat is zijn verplichtingen na te komen. In praktijk wordt die theoretische limiet natuurlijk nooit bereikt. Voor het zover is, zullen financiële markten de overheid een risicopremie in rekening brengen. Dan zijn twee scenario’s mogelijk. De overheid saneert alsnog de overheidsfinanciën met als gevolg een tijdlang lagere economische groei. Of de overheid laat het op een default aankomen waardoor toegang tot de internationale kapitaalmarkt wordt bemoeilijkt en de economische groei lager uitkomt.  Linksom of rechtsom beperkt een voortdurende verhoging van staatsschuld dus wel degelijk de economische groei.*

Default
Overheidsschuld is zoals zoveel dingen in het leven: matig gebruik geeft plezier, overmatig gebruik ellende. Maar nu de vraag: hoe relevant is dit alles voor het huidige Nederlandse beleid? Geeft het financieel-economische overheidsbeleid in Nederland reden voor bezorgdheid over een default? Nou nee, bepaald niet. Daarvoor zijn overheidstekort en staatsschuld niet hoog genoeg en zijn de bezittingen van de Nederlandse overheid en de vermogens van de pensioenfondsen niet klein genoeg. In die zin zijn pleidooien voor een verhoging van de Nederlandse staatsschuld te begrijpen.

Economische en Monetaire Unie
Er komt echter nog iets bij: Nederland is lid van de Economische en Monetaire Unie en dus gebonden aan de afspraken die in het kader van die unie zijn gemaakt. Een beleid gericht op verhoging van de staatsschuld is om die reden illusoir. Het wordt de Economische en Monetaire Unie niet in dank afgenomen. Behalve dan door onze kleinkinderen.

* Voorbeelden hiervan zijn eeuwenoud en te vinden in alle continenten van de wereld. Het bekendste voorbeeld is echter helemaal niet oud en evenmin ver weg: de Europese schuldencrisis met probleemlanden Cyprus, Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje.

Voor wie geen blog wil missen, klik hier.

8 gedachten over “Waarom te veel staatsschuld niet goed is”

  1. Een beleid gericht op toestemming van de EMU voor verhoging van staatsschuld om de economie te versterken, m.n. om deze ecologisch duurzamer te maken, lijkt mij niet alleen volstrekt niet illusoir, maar zelfs wenselijk.
    Een manier om EMU-toestemming te krijgen (of minstens gedaan te krijgen dat de EMU het tolereert) kan zelfs zijn om die EMU-regels aan de laars te lappen of minstens op te rekken, zoals sommige grotere EMU-lidstaten aantonen.

    De wenselijkheid van staatsschuldvergroting moet wel primair op EMU-niveau beargumenteerd worden.
    Nederland kan en moet voorop lopen in de mate waarin afgeweken wordt van de EMU-regels om het evenwicht te herstellen binnen de EMU, waarbinnen sommige landen te grote handelsbalansoverschotten hebben en andere te grote handelsbalanstekorten.
    Staatsschuldverhoging, als onderdeel van een beleid om de economie aan te jagen, in landen die zich dat het makkelijkst kunnen veroorloven gezien de (negatieve) rente op nieuwe staatsschuld, is nodig als motor van de economie van de hele Eurozone.
    Aanjagen van de economie van de hele Eurozone (waartoe zwakke broeders in Zuid- en Oost-Europa minder in staat zijn dan Nederland) is nodig om als Europa verantwoordelijkheid te nemen voor de gezondheid van de wereldeconomie.
    Niet blind najagen van economische groei dus, maar ecologisch duurzame groei, door met name daarin te investeren.
    Daar waar het bedrijfsleven dat niet zelf doet, met overheidsparticipatie of zelfs op overheidsinitiatief.

    Relatieve kleinigheidjes:
    Ad 2: De belastingclaim op pensioenvermogen meewegen in de beoordeling van de gezondheid van de overheidsfinanciën is NIET vergelijkbaar met het meewegen van toekomstige overheidsuitgaven (en dan ook inkomsten).
    Bij toerekening van kosten en baten aan de periode waarin ze veroorzaakt zijn (‘accrual accounting’, het baten-lasten-stelsel waardoor het verouderde kas-verplichtingenstelsel in de financiële verslaglegging van het Rijk vervangen zou moeten worden) ‘hoort’ het één wel en het ander niet meegerekend te worden bij de beoordeling van de HUIDIGE gezondheid van de overheidsfinanciën.

    Ad 3: Overheidsschuld hoeft (per saldo) helemaal niet afgelost te worden in de toekomst.
    De overheid kan ook eeuwigdurende obligaties uitgeven of opnieuw lenen om af te lossen.
    Gezien de grote en voorlopig groeiende behoefte aan overheidsobligaties als beleggingsmogelijkheid voor pensioengelden en overtollig vermogen van rijken en de neiging van het bedrijfsleven om reserves niet te investeren maar te gebruiken voor overnames moet de staatsschuld zelfs stijgen om het reële rendement op beleggingen positief te houden (een voorwaarde voor bestuurbaarheid van financiële markten zolang geld niet uitsluitend digitaal is).

    De staatsschuld kan op zijn minst zonder risico verhoogd worden tot die 90% van het BNP van Reinhart & Rogoff en het zou verstandig zijn om dat te doen (mits daarmee verstandige overheidsuitgaven gefinancierd worden).

    1. Dank voor de reactie.
      Laat me nog benadrukken dat ik de voordelen van een grotere overheidsschuld niet ontken; ik wijs echter ook op de nadelen. Van deze nadelen zie ik weinig in uw reactie terug. Sterker nog, u pleit ervoor dat de overheid schuld gaat uitgeven zonder deze ooit af te lossen. Dat klinkt als een Ponzi spel. Mits lang genoeg volgehouden, leidt dat zeker tot een failliet gaan van de overheid.
      Tot slot nog een vraag: waarom zouden de belastingen over pensioenen in, zeg, 2040, wel in de berekeningen van houdbaarheid van overheidsfinanciën moeten worden meegenomen maar niet de AOW-uitkeringen in datzelfde jaar? Ik zie niet het principiële verschil tussen de twee.

      1. Impliciet erkende ik dat overheidsschuld boven een bepaald percentage van het BBP inderdaad niet raadzaam is; ik heb het niet over voortdurende schuldgroei.
        Als plafond-indicatie hanteerde ik de 90% van Reinhart & Rogoff.
        Dat percentage verschilt per land en is -denk ik- afhankelijk van pensioenbehoefte (vergrijzing), overtollige vermogens bij particulieren die belegging behoeven (vermogensongelijkheid) en integratie/rol in het internationale kapitaalverkeer (een valutagebied met een valuta die internationaal als reservevaluta gehanteerd wordt kan zich meer schuld veroorloven).
        Er zijn landen waarvoor het fors hoger kan zijn dan 90% en landen waarvoor het lager is (fragiele staten en met dito economieën).
        Eén norm hanteren voor alle landen is onzinnig.

        In een bedrijfsboekhouding reken je inkomsten wegens in 2016 geproduceerde goederen toe aan 2016, zelfs al worden ze pas in 2017 of 2037 betaald.
        Dat geldt zelfs als ze pas in 2037 worden gefactureerd.
        Tot die tijd staat het op de balans als ‘onderhanden werk’ of ‘nog te factureren omzet’.
        Naar analogie daarvan moet een fatsoenlijke overheidsboekhouding belasting op pensioenen m.i. toerekenen aan de jaren waarin de pensioenpremies zijn opgebracht (verdiend), zelfs al is die belasting pas verschuldigd in de jaren waarin die pensioenen uitgekeerd worden.
        AOW-uitkeringen moeten -wegens het omslagstelsel- aan hetzelfde jaar toegerekend worden als de AOW-premies waaruit ze gefinancierd worden.
        Een belangrijk principe van accrual accounting is namelijk ook matching van baten en bijbehorende kosten in het jaar waarin de onderliggende economische transactie plaatsvindt.

  2. nederlandse overheid heeft veel teweinig kennis en ervaring in daadkracht naar de toekomst voor hogere economische groei terwijl dit nodig is voor toename uitgaven om het land goed te laten funktioneren economische groei 2procent is veel te weinig dit zou nu 6procent moeten zijn

    1. Ik weet niet precies waaraan de overheid volgens u extra zou moeten uitgeven. Ik weet wel dat het weinig zinvol is te wachten op een groei van 6 procent. Het ligt voor de hand alternatieve financieringswijzen te bekijken (hogere belastingen, lagere uitgaven voor andere doeleinden).

      1. Dit betekent minder overheidsgeld voor b.v. aow door gemakkelijk opschuiven van de leeftijd en zeggen dat mensen maar langer moeten doorwerken terwijl er weinig kans is om door te werken voor mijn gevoel is dit zeer associaal en geeft weinig vertrouwen ik zie graag meer stimulering voor nederland door meer bedrijfswinst en investering aantrekken bedrijven buitenland samenwerking ontwikkeling schone produktie met andere europese landen b.v. denemarken duitsland.

  3. als oosteuropese landen geen asielzoekers hoeven opnemen is het redelijk dat de landen die dit wel doen ,nederland en duitsland bijvoorbeeld hiervoor een vergoeding krijgen uit de europese belastingpot.

Laat een reactie achter bij ewmtw Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>